Hier vindt u de vruchten van de noeste arbeid die de leden van heemkundekring “Dûn Hontige Fánt” door de jaren heen hebben weten te verzamelen.
Blader door het archief om een indruk te krijgen van de vele kleurrijke bewoners en lotgevallen die de Pixelburgse geschiedenis rijk is. Klik op de foto bij iedere gebeurtenis voor een vergroting.
Tijdens de meidagen van 1940 leek de regio Pixelburg het er betrekkelijk goed vanaf te brengen. Doordat de plannen zoals gedocumenteerd in "Fall Gelb", en die van het eigen opperbevel, niet voorzagen in het toekennen van een strategische waarde aan de stad bleef het van verwoestingen en ellende bespaard.
Toch hebben er zich rondom Pixelburg, en dan met name in de kleinere kernen en uitgestrekte natuurgebieden, schermutselingen voorgedaan waarbij koelbloedige staaltjes heldenmoed getoond werden door de verdedigers.
Zo ontving Kapitein Bernud Kaalslag de strikte orders 12 stuks Bohler PAG te stellen en camoufleren in de dichte bossen rondom de Smoorslenken om deze voor het alziende oog van de Luftwaffe te verbergen. Een vooruitgeschoven Duitse verkenningseenheid trof Bernud en zijn mannen aan terwijl deze druk bezig waren met het uitvoeren van het betreffende bevel.
WOl veteraan Hauptmann Dinckel Brauer van deze verkenningsgroep brulde "Hände hoch!" en richtte zijn geweer op "de compagnie Bernud". De Kapitein daarentegen was niet van plan zich daardoor te laten intimideren en gaf Brauer "de blik".
Op dat moment stortte Hauptmann Dinckel ter aarde. De overige (nog onervaren) leden van de Duitse verkenningseenheid schrokken dermate van het ogenschijnlijk paranormale moment dat deze direct rechtsomkeert maakten.
Voor Bernud en zijn mannen werd het duidelijk dat den Duutsj alras de Pixelrijn zouden oversteken en dat een verdere stelling van de geschutstukken geen strategische waarde meer had. Hij besloot tot het vernietigen van de zware kanonnen om te voorkomen dat deze in verkeerde handen zouden vallen. Bernud raakte later die dag zwaargewond maar wist zijn verwondingen te overleven en vestigde zich na de oorlog in Vector op Zoom.
In de autopsiestukken die later in het "reichsarchiv" zijn terug gevonden bleek dat de ware doodsoorzaak van Hauptmann Dinckel Brauer waarschijnlijk een meer logische verklaring had. Zijn verslaving aan bier en worst in combinatie met een hoog cholesterol gehalte, belegen leeftijd en het beklimmen van de metershoge, rulle smoorslenken zijn hem toevallig op dat moment fataal geworden.
Ondanks dat heeft Kapitein Bernud tot aan zijn dood in 1968, en ver daarna, bekend gestaan als de man "wiens blik kon doden". Nog steeds herinnert een bronzen buste van de kapitein op de kleine markt van Vector-op-Zoom aan zijn standvastige en koelbloedige optreden.
Waar veelal een onmenselijk en verschrikkelijk leed werd geleden in de meidagen van 1940 en het verdere verloop van de oorlog bleef Pixelburg bij wonder redelijk gespaard van het bezetting en krijgsgeweld.
Er waren verschillende factoren die van Pixelburg een strategisch secundair, nee wellicht zelfs tertiair punt maakten. Allereerst ligt Pixelburg aan de oostelijke oevers van de Pixelrijn waardoor het al meteen buiten de natuurlijke waterlinie lag en dus geenszins werd opgenomen in de algemene verdediging. Ook was er toen nog geen sprake van een vast oversteek-punt als een spoor of verkeersbrug, er was dus geen reële mogelijkheid om Pixelburg als springplank naar een bruggenhoofd te benutten.
Verder was het bij de Duitse agressor reeds bekend dat Pixelburg in de zin van verdediging bij toeval afhankelijk was van een wielrijdersmuziekkorps dat in April 1940 naar Pixelburg gestuurd was om bij ( het toen nog kleinschalige ) Reiniers' Geluidsinstrumenten - in - en verkoop zich van nieuwe blaasinstrumenten te laten voorzien. Geen echt van belang zijnde zware troepen of geschut concentraties dus.
Al deze factoren droegen bij aan het feit dat de Duitsers op de ochtend van 10 mei om 11.15 zonder enig schot gelost te hebben de grote markt op marcheerden onder het toeziend oog van de lokale bevolking welke in eerste instantie dacht te maken te hebben met de jaarlijkse grap van Resoleurse carnavalsvereniging "D'n deuzige n'oàp".
De bezetting was een feit...
De schrijver Bobbe Eversch is na de Tweede Wereldoorlog grotendeels vergeten. Zijn jeugdboeken werden vroeger echter verslonden door een aanzienlijk lezerspubliek. Vooral zijn volumineuze serie "De Zeven Zouaven" is in bepaalde kringen nog steeds een populaire serie.
In de serie beleven zeven godsvruchtige jongeren - waaronder de blonde drieling Hannes, Wannes en Jannes - allerhande avonturen op hun vele reizen over de wereld. Bijzonder is de behandeling van de Pixelburgse geschiedenis door Eversch. Zo gebruikt hij historische figuren als Pastoor Hellebaerd en elementen uit de geschiedenis van de Zouaven.
De meeste boeken volgen een vast patroon; de zeven jongens gaan op bezoek bij meneer pastoor die hen op reis stuurt naar exotische oorden. De boeken kennen een sterk religieuze ondertoon en vaak zijn de opdrachten die de jongelieden moeten uitvoeren in dienst van de kerk, zoals het vinden van relikwieën en het verspreiden van het geloof. Eversch was een devoot katholiek en het is daarom niet vreemd dat deze overtuiging sterk naar voren komt in zijn proza.
Aan een andere overtuiging dankt hij thans zijn sterk gedaalde populariteit. Voor en tijdens de oorlog sympathiseerde Eversch veelvuldig met de fascistische beweging en in de Tweede Wereldoorlog schreef hij voor diverse publicaties van de bezetter. De politieke overtuiging van Eversch is ook duidelijk terug te vinden in zijn jeugdliteratuur en de reden dat hedendaagse critici zijn boeken verafschuwen.
Toch heeft het werk van Eversch nog historische waarde. Zijn werk werpt namelijk een bijzonder licht op de "Fout Goud" affaire die aan het Bisdom Pixelburg kleeft. In "De Zeven Zouaven en het goud van Stamhoofd Fauti-Fauti" beschrijft Eversch hoe de jongs uitgestuurd worden naar het Amazonegebied om daar een gestolen voorraad goud van de kerk te bemachtigen. Ook in dit deel uit de serie komt de aartsvijand, Taubert Eberhard, van de Zeven Zouaven naar voren als het meesterbrein achter de diefstal.
Er wordt veel waarde gehecht aan de versie van Eversch, aangezien bekend is dat de schrijver veel onderzoek deed naar de achtergronden van zijn verhalen. Eminentie Mikkels heeft zelfs een besloten leesclub in het leven geroepen waarbij het werk van Bobbe Eversch aan een grondige analyse onderworpen wordt.
De hieronder geciteerde passage is voor het Bisdom het bewijs dat de "Fout Goud" mythe op basis van een misverstand tot stand is gekomen. Het goud dat in de 19de eeuw op last van de echte Pastoor Hellebaerd uit de Amazone is opgehaald zou gewoon het rechtmatige eigendom van de kerk zijn geweest en later alleen die naam gekregen hebben omdat een inheems stamhoofd met de naam Fauti-Fauti het in zijn bezit had. Dit concludeerde men naar aanleiding van het boek van Bobbe Eversch.
Hieronder volgt een citaat waarin een en ander uit de doeken gedaan wordt. Getracht is om de tekst te moderniseren, zonder de boodschap van Eversch teniet te doen.
De pastoor sloot de deur van de kerk achter de zeven helden. De luchtverplaatsing die dit teweeg bracht deed de gouden lokken van de drieling Hannes, Jannes en Wannes zacht golven.
Anton, de leider van de groep en in het bezit van een ferme kaak en een onnavolgbare doortastendheid, doorbrak als eerste de stilte:
"Zo meneer pastoor, waar gaat u ons nu weer naar toe sturen?"
Pastoor Hellebaerd glimlachte en leidde de Zeven Zouaven door de kerk naar zijn ambtswoning. Onderwijl deed hij de nieuwe missie uit de doeken.
"Jullie gaan naar het Amazonegebied. Mij is ter oore gekomen dat een grote hoeveelheid gestolen goud verborgen is bij een van de minderwaardige stammen uit dat gebied. De verantwoordelijke is een bekende van jullie…"
"Toch niet dat onderkruipsel Taubert Eberhard!?", riep de drieling verbeten in koor.
"Helaas wel."
Sinds het avontuur met de Z-Mannen op Mars1 konden de zeven helden geen spoor vinden van de bandiet die hen al zo vaak dwars had gezeten. Taubert Eberhard was een ruggengraatloze schurk die zijn gekromde neus in allerhande smerige zaken stak. Zijn gier naar geld kende geen weerga en hij was al even meedogenloos.
"Taubert heeft van mij nog een blauw oog tegoed," sprak Siegfried, die enige tijd met een gebroken been had rondgelopen na een eerdere confrontatie met Eberhard.2
"Jullie zullen daar zeker de kans voor krijgen." sprak meneer pastoor, "We hebben bewijs dat Eberhard samenspant met een lokaal stamhoofd in de Amazone; ene Fauti-Fauti."
De domme naam van de inboorling deed de Zeven Zouaven schamper lachen.
"Fauti-Fauti zorgt er voor dat Taubert Eberhard zijn snode plannen voor wereldoverheersing in alle rust ten uitvoer kan brengen."
"Daar gaan wij een stokje voor steken!", riep Dolf uit!
"Nou en of!", viel het hele zevental hem bij. De intelligente, blauwe ogen van de drieling stonden bijzonder fel, zij waren de ontvoering van hun hulpeloze vriendinnetjes door de kromneuzige snoodaard ook nog niet vergeten.
Heidi, Brunhilde en Sieglinde hadden soms nog nachtmerries over die vreselijke tijd.3
"Zo mag ik het horen, jongens. Deze reis geeft jullie ook de gelegenheid om die arme indianennegers van de Amazone wat christelijke beschaving bij te brengen. Dus predik het goede woord waar jullie kunnen!"
Met die woorden nam Pastoor Hellebaerd plaats in zijn comfortabele zetel.
"Het goud dat Eberhard heeft gestolen is eigendom van de kerk, zwakkere volken hebben ons dit in het verleden geschonken en een dergelijke gift kan niemand ons afnemen. Al helemaal niet die inhalige schurk."
De nobele jongens spraken nog honderduit met de goedhartige pastoor over hun missie en hun vertrek de volgende ochtend.
--------------------
1 Zie "De Zeven Zouaven en de Z-Mannen"
2 Zie "De Zeven Zouaven en de Ark van het Zuivere"
3 Zie "De Zeven Zouaven en de Vrouwen in Nood"
Dokter Heinz H. Frentzen, de gevestigde naam in Pixelburg en uitvinder van het beroemde Frentzen Apparat, heeft nog vele andere baanbrekende ontdekkingen gedaan. Uw heemkundekring laat u een document zien uit lang vervlogen tijden.
Dr. Frentzen is altijd al een groot dierenliefhebber geweest. Deze waren dan ook zijn geliefde experimentssubject. In zijn jonge jaren had Frentzen een hond als huisdier, 'Caesar', maar de goede dokter had het er niet gemakkelijk mee om altijd goed te begrijpen wat de hond precies wilde. Vooral het op- en afgaan van trappen was moeilijk voor Caesar.
Frentzen besefte echter dat honden een stel hersenen hadden, en dat deze ook een bepaald soort 'activiteit' moesten uitstralen wanneer ze nadachten, precies zoals dat ook bij mensen gebeurde. Indien deze stralen konden opgevangen worden en vertaald naar menselijke prikkelingen, zouden mens en dier elkaar kunnen begrijpen.
Het experiment was een groot succes, en Frentzen besefte eindelijk dat Caesar niet graag trappen op- en afging door zijn absolute luiheid: hij wilde liever gedragen worden. Frentzen's uitvinding is echter verloren gegaan. Het bleek al snel dat ieder dier een andere frequentie had en dat de uitvinding van de goede dokter enkel werkte op zijn eigen huisdier.
Frentzen heeft vele boeiende gesprekken gehouden met Caesar, maar na diens dood in 1938 heeft Frentzen ervoor gekozen om de uitvinding te ontmantelen en nooit nog een nieuw huisdier te nemen, aangezien geen enkel ander dier Caesar zou kunnen vervangen.
Een voorwaar ontroerend verhaal, wederom gebracht door uw Heemkundekring.
Een uniek beelddocument uit een lang vervlogen tijd van Pixelburg is nu opgedoken. Op dit beeld is te zien hoe coureur Henk Verhelst een wiel van zijn gemotoriseerd voertuig verliest. Het is dan ook op een heldhaftige wijze dat hij het Kampioenenbal heeft gewonnen op drie wielen.
In de eeuw van de Industriële Revolutie duikt een naam veelvuldig op: Janshonck Verstruyk, de meedogenloze turfmagnaat en het onderwerp van vele legendes. Verstruyck was een gierige vrek die alleen interesse had in geld en de beveiliging van dat geld. Hij was woonachtig in Pykselsche Burgh (toenmalige spelling: Pykschelburgh) en in een riant buitenverblijf in Voxel op Zand, waar het merendeel van zijn geld opgeslagen lag in een gigantisch, labyrintisch kluizencomplex.
Veel plekken herinneren nog aan die barre tijd waar onderbetaalde werknemers van Verstruyck tot diep in de nacht turfstaken in het winderige veen. Toch gaat alle aandacht vooral uit naar de meer mythische verschijningsvorm van Janshonck Verstruyck in zijn vermeende hoedanigheid na zijn dood als de Bosduivel. Historici menen dat de figuur van Janshonck Verstruck meerdere malen opduikt in verscheidene geschriften en schilderijen, die zelfs nog voor zijn geboorte zijn gemaakt. Het voornaamste bewijs voor de persoon Janshonck Verstruyck als Bosduivel is echter de vondst van de “Berrichtung Diabulum” in de catacomben onder Verstruycks buitenverblijf.
De “Berrichtung Diabulum” is anachronistisch duivelswerk waarin de gravures van de onbekende kunstenaar Blocks Bergs (Blocksium Bergianium) boekdelen spreken over de intenties van de Bosduivel, die consequent omringt is door heksen, demonen en vieze, vuile spoken. Het bizarre is dat Blocksium Bergianium een graveur uit de 14de eeuw is en een man uit de 19de eeuw in beeld brengt. Nog frappanter is de aanwezigheid van moderne technologie in de “Berrichtung Diabulum”, in de recent ontdekte nieuwe gravures is een vliegtuig, een Glocker Pioneer, te zien. Archeologen doen nog nader onderzoek naar de “Berrichtung Diabulum” en nieuwe opgravingen onder de villaruïne van Janshonck Verstruyck werpen misschien een ander licht op de apocalyptische gravures die nu bekend zijn. Naast verontrustend is de angst voor Janshonck Verstruyck wel de redding voor veel natuurgebieden en de archeologische praktijk ten Zuid-Oosten van Pixelburg.
Aannemersbedrijf Van MerriënboerTak staat bekend om de minachting die zij voor archeologen hebben. Van de heer Tak heb ik ooit op onbeschofte toon mogen vernemen dat het door archeologen secuur blootgelegde Colosseum in Bitvoort hem een oud kippenhok toescheen. Ook hebben werklieden van het aannemersbedrijf met een graafmachine getracht een team van archeologen, die net de fundering van de Romeinse riolering onder Pixelburg opgroeven, te bedelven onder enkele kubieke meters zand. De naam Janshonck Verstruyck boezemt de heren Van Merriënboer en Tak echter heel wat angst in, aangezien ze ons rustig aan het werk laten op de plaatsen waar het volgens hen spookt.
Een architect uit de Grote Stad had grootste plannen voor een glazen woontoren op de grond van Het Plaggenstekersplaatsje in Voxelveld en benaderde Van Merriënboer-Tak voor de bouw van de glazen kolos. Het aannemersbedrijf bedankte echter hartelijk en heeft de Gemeente Pixelburg officieel verzocht om de plannen van de architect te vernietigen. Deze tekst was oorspronkelijk onderdeel van een lezing van Janne Fondue tijdens de jaarlijkse Pixelburgviering in 1985.
Vanaf het midden van de 19de eeuw werd sport een zeer belangrijke factor in Pykschelburgh, gezien de strenge winters was een sport favoriet: het curling. Vanaf 1856 bestaat de curlingvereniging SC Pykschelburgh die menigmaal successen boekt tegen rivaliserende sportclubs uit binnen en buitenland.
Curling staat over het algemeen bekend als een zeer vriendelijke sport. In Pykschelburgh werd sport echter al vanaf de start van SC Pykschelburgh dermate serieus genomen dat er vaak een zeer gespannen sfeer rondom de uit- en thuiswedstrijden hing. Tegenwoordig uit zich dit steeds vaker in fysiek geweld waarbij de pakken hopjesvla je om de oren vliegen, in de 19de eeuw ging het vooral om verbale scheldkannonades.
Een bericht uit de Courant van Pykschelburgh van 1873 beschrijft een van de belangrijkste wedstrijden van het nationaal kampioenschap als volgt: “enen partij schaak op den ijsvloer welke den zenuwen voorwaar doet slopen. Eenen onfortuinlijken barrage vloeken vanaf den publieken tribune doet den scheidsrechter anderenmale besluiten den strijd voor onbepaalden tijd te staken.” Het feit wil namelijk dat ene heer Truffhelinge, supporter van SC Pykschelburgh, sterspeler Duyventruyt van diezelfde club een vuige belediging naar het hoofd zou hebben geslingerd. Volgens officiële geschriften zou het gaan om de zielsverwoestende frase: “Verdulleme, waarde heer, raak die bal nu eensch!” Sterspeler Duyventruyt liep door deze grove belediging een zware, psychische blessure op en zag zich genoodzaakt een schadevergoeding te eisen van de heer Truffhelinge via de kantonrechter van Pykschelburgh.
Truffhelinge werd uiteindelijk na een langslepend proces van enkele jaren schuldig bevonden aan laster, smaad en moedwillige verwonding van een medeburger. Zijn straf was een boete van 50 Pixelpond, uit te betalen aan Duyventruyt, die inmiddels als getraumatiseerde patiënt wegkwijnde in het krankzinnigencentrum De Zonnevanck.
Vele mensen vragen zich af waarom de gemeente Pixelburg door het Vaticaan is aangewezen als bisdom. Sommigen zien hierin de hand van Eminentie Mikkels, die toevallig kardinaal werd op het moment van de bekendmaking van de bouw van het de campus van het bisdom.
Wat weinigen echter weten is dat Pixelburg een rijke religieuze historie heeft en in dat licht is het niet gek dat het Vaticaan besloten heeft om de bisdomszetel aan Pixelburg te vergeven - in plaats van de Grote Stad, om maar wat te noemen. In Pixelburg is er in relatie tot het Bisdom veel te doen om het zogenaamde "Foute Goud".
Advocatenkantoor Prong - Beens en Kessels Advocaten gaat zelfs zo ver dat er nu rechtszaken gevoerd gaan worden omtrent de vermeende "Fout Goud" affaire. Het concept van "Fout Goud" kent een lange geschiedenis in Pixelburg en hangt samen met een veel minder bekend fenomeen: het Zoeavenleger van Pixelburg (Zuavi Pontifici Pixelcastello).
In de 19de eeuw vochten de Zoeaven flink mee in diverse oorlogen en zij verdedigden aan het einde van de eeuw ook het Vaticaan tegen de invallen van de koning van Italië. Mede dankzij de heroïsche daden van de Pixelburgse afvaardiging van zoeaven is het Vaticaan altijd al zeer welwillend geweest tegenover de Pixelburgse parochie.
Een voorganger van Eminentie Mikkels, Pastoor Hellebaerd, de belangrijkste organisator van de zoeaven in Pixelburg, wordt vaak in verband gebracht met het "Foute Goud". Hellebaerd zou de zoeaven namelijk ook voor persoonlijke doeleinden hebben gebruikt. Omtrent 1849 zou hij een elitecorps zoeaven (codenaam: Den Gelovigen Swarten Panter) uitgestuurd hebben naar de binnenlanden van Zuid-Amerika met de opdracht om daar "den achterlyken, inheemschen neegervolkeren te onderwerpen".
Het 19de eeuwse racisme daargelaten klinkt deze operatie als niets anders dan een godsvruchtige bekeringsmissie van missionarissen met enige militaire training (de lezing van het bisdom Pixelburg), volgens kwade tongen is er echter meer aan de hand. Den Gelovigen Swarten Panter zou rovend en plunderend de Amazone zijn afgezakt en obscene hoeveelheden aan kostbare schatten hebben buitgemaakt. Nadat de kostbaarheden omgesmolten waren werden ze verscheept naar Pixelburg alwaar ze tot kunstige voorwerpen werden gesmeed ter decoratie van het altaar van de Grote Kerk. Er was zelfs zoveel goud dat men het als blokken op moest slaan in een speciale kluis onder de ambtswoning van Pastoor Hellebaerd. De locatie van deze kluis en zelfs het goud is nooit bewezen, maar toch is dit vermeende, gestolen goud later bekend komen te staan als het "Foute Goud van Pixelburg".
Na de bekendmaking omtrent de stichting van het bisdom Pixelburg menen veel mensen ook meerdere grote vrachtwagens gezien te hebben die onder escorte van geblindeerde zwarte busjes een aantal pakhuizen in Texloo aandeden. Eminentie Mikkels en een groepje onbekende, Italiaans sprekende heren zouden ook gezien zijn. De lading van de vrachtwagens is uiteraard onbekend, maar volgens velen zou het gaan om een deel van het "Foute Goud" waarmee de gemeente Pixelburg een bisdom heeft gekocht.
Eminentie Mikkels verzekerde dat "Fout Goud" echt een mythe is en dat de vrachtwagens slechts enkele ladingen ongebruikte hosties vervoerden.
Pykschelburgh had weinig last van de Franse overheersing van 1795 tot 1813 onder Napoleon Bonaparte. Ook in deze periode wist Pixelburg op unieke wijze haar neutraliteit te behouden.
Het feit wil namelijk dat Napoleon Bonaparte doodsbang was voor een eminent strateeg, die overwinning op overwinning boekte en handelsstad Pykschelburgh met hand en tand verdedigde. Napoleon voerde hierover uitgebreide conversaties per brief met een Franse spion die in Pykschelburgh gestationeerd was.
De identiteit van de oorlogszuchtige geweldenaar is ook bekend, het gaat hier namelijk om Wachtmeester Hendrick van Stavoren tot Balloërveld.
Nu is het tegenwoordig algemeen bekend dat Wachtmeester, of Spookwachter, Hendrick vier vergeefse militaire campagnes heeft gevoerd tegen Bitvoort en deze dorpskern nooit daadwerkelijk heeft bereikt. In die tijd bestond echter het beeld van Van Stavoren tot Balloërveld hoogst succesvolle militaire operaties uitvoerde en dat de mislukking ervan vooral te wijten was aan derden.
Zo trok hij tijdens de “Derde Campagne tegen Bytveurdt” richting het zuiden (Bitvoort ligt ten noorden van Pixelburg) om daar nachtenlang aan een bosrand verkleed als Porseleinhoenders in een hinderlaag te liggen. Het leger van Wachtmeester Hendrick bestond uit niet meer dan twintig man en hadden niet meer dan mestvorken en houten slagwapens tot hun beschikking.
Spion Jaqris Radida, Comte de Le Meunierisé (mogelijk een voorouder van de bekende filosoof Jean-François Le Meunier) bracht echter geheel andere verslagen uit aan Napoleon Bonaparte. Volgens de Comte de Le Meunierisé zou Hendrick van Stavoren tot Balloërveld moedig als een leeuw zijn en het strategische vernuft en mentale capaciteiten van Alexander de Grote.
Volgens Jaqris Radida deed Wachtmeester Hendrick zijn behoefte in een nachtspiegel die een bevriende beeldhouwer naar het hoofd van Napoleon had gemodelleerd. Verder zou de Spookwachter iedere avond onder luid hoongelach een landkaart verbranden met daarop de route van de Russische veldtocht van “La Grande Armée”. De berichten van Comte de Le Meunierisé zorgden voor zoveel angst de Franse troepen op last van Napoleon consequent met een grote boog rond Pykschelburgh trokken.
Historici vermoeden dat Jaqris Radida, Comte de Le Meunierisé een Russische dubbelspion moet zijn geweest, daar zijn verhalen over de successen van Hendrick van Stavoren tot Balloërveld kant noch wal raken.
Pykselsche Burgh maakte goed gebruik van haar stadsrechten in de 18de eeuw en vormt als rivierstad een belangrijke doorvoerhaven.
Het is ook de tijd dat de adelijke families Voscuma Ten Dreuven, De Beuckelaer tot Den Polder en Van Stavoren tot Balloërveld hun fortuin vergaarden met overzeese investeringen in de kolonies.
De Beuckelaer tot Den Polder en Van Stavoren tot Balloërveld waren beide in verval geraakte adellijke huizen in die tijd en investeerden uit wanhoop in goedkoop land in de Nieuwe Wereld. De beide families stichtten er tabaksen rietsuikerplantages en zwommen hierna in de Pixelponden.
Het huis Voscuma Ten Dreuven deed bedenkelijkere investeringen, zij namen actief deel aan de slavenhandel. Op zich niet gek, aangezien de bakermat van Voscuma Ten Dreuven Subpixelerwaard is, het dorp dat luiheid tot levensdoel heeft verkozen.
De Voscuma Ten Dreuvens omringden zich met negerslaven in hun buitenhuizen en gingen zelfs zover dat alle leden van het adellijke geslacht driemaal daags gevoerd en gedragen werden in speciale stoelen. Een hele generatie leden van het geslacht Voscuma Ten Dreuven heeft nooit leren lopen of eten, omdat men daar onbetaald personeel voor had.
Doordat hun fortuin dreef op de slavenhandel zijn de Voscuma Ten Dreuvens altijd fel gekant gewest tegen afschaffing en men bleef vechten voor het recht om met slavenschepen over de Pixelrijn te varen. Nadat de slavernij officieel was afgeschaft konden de familie Voscuma Ten Dreuven vorstelijk rentenieren op het bloedgeld dat men in deze zwarte bladzijde van de geschiedenis heeft weten te verdienen.
De tijd vanaf de Tweede Wereldoorlog kunnen veel oude Pixelburgers zich nog goed heugen. Wat minder bekend is de strijd die de oude adellijke families De Beuckelaer tot Den Polder en Voscuma Ten Dreuven nog voerden om hun buitenlandse kolonies direct na het einde van de oorlog.
De familie Van Stavoren tot Balloërveld was dankzij de oorlogsmachine van Wachtmeester Hendrick in de 19de eeuw al bijna aan de bedelstaf geraakt en had daarom geen buitenlandse plantages meer. Aan het einde van zijn leven besloot Spookwachter Hendrick Van Stavoren tot Balloërveld echter dichter te worden. In Pixelburg had hij weinig succes, maar in het buitenland werd zijn werk gretig gekocht, hierdoor kon Wachtmeester Hendrick alsnog een klein geldbedrag nalaten aan zijn nazaten die ook nog eens profiteerden van de auteursrechten.
In de tijd van Hendrick heeft men nooit uitgezocht welke liefhebbers nu zo in vervoering waren geraakt door de dichtkunsten van de oude Hendrick, maar historici vermoeden nu dat het een enkele eenzame weduwe moet zijn geweest die verliefd is geworden op de flatteuze gravure van Hendrick Van Stavoren tot Balloërveld op de eerste pagina van zijn dichtbundel.
De families De Beuckelaer tot Den Polder en Voscuma Ten Dreuven waren echter wel betrokken bij de onlusten in de overzeese kolonies. Bij de familie De Beuckelaer tot Den Polder bleef het vooral beperkt tot het politieke toneel en het leveren van een symbolische donatie aan de KNIL.
De Voscuma Ten Dreuvens lieten zich echter door hun slaven uit Subpixelerwaard naar hun kolonie transporteren om daar hun privéleger te coördineren tijdens de politionele acties. De jonge en aartsluie Reinata Voscuma Ten Dreuven bleef achter in Subpixelerwaard en erfde het familiefortuin nadat er niets meer vernomen werd van de kolonie, om het later weer kwijt te raken aan herstelbetalingen en de minister van Oorlog, schepen van verkeer, mobiliteit en openbare werken, tevens hoofd raad van middenstand.