Als Priscilla van Klinkeren, eigenaresse van een immer groeiend schoonheidsimperium, beter had opgelet tijdens de geschiedenislessen op de lagere school, zou ze weten dat haar professie al een lange geschiedenis kent. Al in de 18de eeuw floreerde de schoonheidsindustrie in Pixelburg, toen nog Pykselsche Burgh geheten.
De spil van de schoonheidsindustrie was Frukske Nunnenuh, volgens de overlevering een beeldschone dame die door veel edellieden gevraagd werd om de heren en dames op te maken, pruiken te poederen en moedervlekken in te kleuren.
De schoonheidsbehandelingen en verjongingskuren van Mevrouw Nunnenuh waren met recht legendarisch en haar werkmethodes controversieel. Frukske Nunnenuh bereidde haar zalven en poeders met dode ratten, levende kikkers, dierenuitwerpselen en allerhande insecten. Dergelijke praktijken zouden haar in andere gebieden als heks gebrandmerkt hebben, maar in het tolerante Pykselsche Burgh stonden er gigantische rijen van welgestelde vrouwen en mannen die zich gretig lieten besmeren met doorgekookte schapenmest.
De schoonheidsbehandelingen werkten namelijk, Frukske Nunnenuh was hiervan zelf het levende bewijs. Schoonheidskoningin Nunnenuh werd namelijk al in het midden van de 17de eeuw (1647) geboren en hield het vol tot het einde van de 18de eeuw (1798) en dat allemaal dankzij haar esoterische poeders en zalfjes. Toegegeven, rond het einde van haar leven moest Frukske het vooral hebben van haar schitterende kleding, kunstig afgezet met bloemen, dan van haar verdere uiterlijk, maar een betere reclame voor haar leeftijdsverlengende schoonheidsproducten kon ze zich niet wensen.
De receptuur van de revolutionaire schoonheidsproducten nam Frukske mee in haar graf. Na een behandeling in de schoonheidssalons van Priscilla hoeft u niet te verwachten langer te leven, gezien de gigantische lagen foundation en mascara op basis van kwik en vergruist asbest is wellicht het tegendeel van toepassing.